Doelen van ons onderwijs
In de onderbouw, groep 1-2, richt het onderwijs zich op vier activiteiten. Met deze vaardigheden wordt de noodzakelijke basis gelegd voor het werk van de leerling in de volgende groepen.
a. Ontwikkelingsactiviteiten.
Met behulp van dit materiaal ontwikkelen de kinderen zich op gebieden zoals tijd en ruimte, taal en communicatie, rekenen en wiskunde. Deze aspecten worden ook in kringvorm aangeboden.
b. Bewegingsactiviteiten.
Voor dergelijke activiteiten is een speelzaal aanwezig. Zang-/tikspelen, ritmiek, geleid spel met materiaal en het vrije spel komen afwisselend aan bod. Deze activiteiten bevorderen de grove motoriek. Verder wordt er veel op de buitenspeelplaats en in de zandbak gespeeld. De fijne motoriek is meer dan een goede pengreep of schrijven. Gedurende deze jaren ontwikkelt bij leerlingen vaak hun voorkeurshand.
c. Expressie-activiteiten.
Expressie is belangrijk. Er zijn talloze manieren waarop jonge kinderen hun gevoelens kunnen uiten.
Daarom wordt er veel aandacht besteed aan tekenen, knippen, schilderen of aan groepsactiviteiten als drama, muziek, dans, ritmiek en het vrije spel in de poppenhoek.
d. Lees/schrijfhoek.
Vanaf groep 2 wordt aandacht geschonken aan taalactiviteiten om basisbegrippen aan te brengen. Op speelse wijze wordt in de lees/schrijfhoek ingegaan op de lettervormen en letterklanken. De lees/schrijfhoek op dit niveau is een voorbereiding op het komende onderwijs in groep 3. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de methode "Schatkist".
In de groepen 3 tot en met 8 gelden ook vier basisvaardigheden. Deze komen, praktisch dagelijks, op het lesrooster terug.
a. Rekenen/wiskundige activiteiten.
Dagelijks staat dit onderdeel op het rooster. In elke groep wordt er gemiddeld een uur aan besteed. We werken met de rekenmethode "Talrijk". Een dergelijke methode gaat uit van allerlei dagelijkse situaties waar reken-/wiskundeopdrachten in voorkomen.
b. Taalactiviteiten.
Deze tweede basisvaardigheid vraagt ook dagelijks veel tijd. In de groepen 3, 4 en 5 ligt de nadruk op de training van de mondelinge taalvaardigheden. In de groepen 6, 7 en 8 wordt daarnaast meer de schriftelijke verwerking en inoefening een belangrijk onderdeel. Globaal gesproken wordt een uur per dag aan taalactiviteiten besteed. Voor taal is een nieuwe methode, Zin in Taal, gefaseerd t/m groep 8 (2004-2005) ingevoerd. Voor het onderdeel spelling maken we gebruik van de methode "Taal Actief".
c. Lezen.
Het leesonderwijs begint met het aanvankelijk lezen in groep 3 . In het begin richt dat zich volledig op de technische vaardigheid dat beheerst moet worden in groep 6. Halverwege groep 3 wordt aandacht gegeven aan het begrijpend/inzichtelijke lezen. Vanaf groep 7 wordt het begrijpen van de tekst de belangrijkste bezigheid. Voor technisch en begrijpend lezen is de methode "Goed Gelezen" gefaseerd t/m groep 8 (2004-2005) ingevoerd.
d. Schrijven.
De laatste basisvaardigheid is het schrijfonderwijs. Wanneer het technisch schrijven geautomatiseerd is, komt het creatief schrijven als onderdeel van taalonderwijs aan bod. Dit tweede aspect krijgt de nadruk in de hogere groepen. In groep 3 wordt dagelijks een half uur schrijfles gegeven. Dat loopt af tot een half uur per week in de bovenbouw.
Naast de basisvaardigheden moeten nog enkele andere kennisgebieden worden genoemd. Dit zijn de wereldoriënterende vakken geschiedenis, aardrijkskunde, biologie/natuurkunde en verkeer. In de onderbouw zijn deze vakken ingebed in het werken met ontwikkelingsmateriaal. In de bovenbouw hanteren we voor deze vakken een methode.
Er is ook aandacht voor tekenen, handenarbeid, drama en handvaardigheid. Voor lichamelijke oefening beschikt de school over een speelzaal voor de kleuters en wordt er gebruik gemaakt van de gemeentelijke sportzaal voor alle andere groepen. Deze accommodatie ligt buiten het schoolterrein op enkele minuten lopen. Elke groep heeft 2x gymnastiek per week.
Elk jaar weer concluderen we dat ons onderwijs goed aansluit op de eisen van het vervolgonderwijs.
De inspecteur stelt dat: op "Het Molenven" de meeste elementen die tot de kern van goed basisonderwijs behoren, in voldoende mate voorkomen. De opbrengsten liggen rond het niveau dat van de school verwacht mag worden op grond van de leerlingkenmerken. De bijgewoonde lessen vertoonden veel elementen die tot de kern van goed didactisch handelen worden gerekend. En het systeem van de leerlingenzorg is met veel zorg en inzet op een goede manier opgezet. De school heeft een positieve uitstraling, [maar] doet er goed aan de schoolontwikkeling vast te leggen in meetbare doelstellingen binnen een haalbare periode".
Het schoolplan
Door het Ministerie van Onderwijs is een aantal kerndoelen vastgesteld voor het basisonderwijs. Het onderwijs op school, naar inhoud en organisatie, is natuurlijk gebaseerd op deze doelen. Dat 'gebaseerd zijn op' laat ruimte voor een eigen inkleuring en dat bepaalt juist het onderscheid tussen alle basisscholen in Nederland. Het spreekt dat de onderwijsmethoden zo goed mogelijk aansluiten op de voorgeschreven kerndoelen.
Via het Cito-leerlingvolgsysteem, waarin testen en toetsen zijn opgenomen, kunnen de schoolvorderingen regelmatig geëvalueerd worden en zo nodig bijgestuurd.
Computers op school
Sinds een aantal jaren doet de school actief mee aan het Informatie Communicatie Technologie-programma, ICT. Per 10 leerlingen is een computer beschikbaar die op internet is aangesloten